Verhaalspelen

Jump to: navigation, search

Op deze pagina staan de favoriete spelen uit de rubriek Verhaalspelen.
Om de gehele rubriek te bekijken, klik hier.

Vind je dat een ander spel bij de favorieten moet, schrijf het bij de discussie tab! Ook kun je hier voorstellen dat er een spel uit moet omdat het spel voor jou stomweg niet werkt.

Inhoud

Doorgeef spookverhaal

Duur : 30 min.
Aantal : 10 spelers
Opmerking :

De bijgevoegde kaartjes worden in aparte stapeltjes ondersteboven op tafel gelegd waarbij het duidelijk is welk stapeltje de wezens, de dieren, de dingen en de geluiden bevat. De eerste speler pakt een kaartje van het stapeltje "wezens" en begint een verhaal te vertellen, gebruikmakend van het getrokken woord. Zodra deze speler vindt dat hij hiermee klaar is, dan trekt de volgende speler een kaartje, van het volgende stapeltje: de dieren. Deze speler vervolgt het verhaal en verwerkt dit dier er op de een of andere manier in. Hetzelfde gebeurt met de volgende spelers. Dit spel gaat door totdat een speler het kaartje "Einde" trekt. Deze speler moet aan het verhaal een einde maken aan het verhaal.

Natuurlijk laat de speler die een kaartje trekt, zijn kaartje niet meteen aan anderen zien. Pas nadat hij klaar is met zijn bijdrage aan het verhaal, legt hij het kaartje open op tafel neer.

Kaartjes

Wezens 
Geest, Heks, Geraamte, Mummy, Frankenstein, Vampier, Prinses, Cowboy, Batman, Alien, Zombie, Clown, Zeemeermin, Piraat, Zwerver, Vogel, Vogel verschrikker, Monster, Sigeuner, Einde
Dieren 
Zwarte kat, Vleermuis, Rat, Spin, Worm, Kraai, Uil, Wolf, Hond, Buizerd, Vlieg, Kikker, Slang, Schorpioen, Draak, Gier, Hyena, Wezel, Einde
Dingen 
Bezem, Ketel, Doodskist, Vuur, Haak, Bel, Zilveren kogel, Zwaard, Schat, Stok, Appels, Spook lantaarn, Snoep, Kauwgom, Masker, Kostuum, Lijk, Skelet, Einde
Geluiden 
Boe!, Whoeee, Liiiieeee, Ahhhhh, Beng!, Stap...Stap, Ssssst, Drup...Drup, Boemeldeboem, Krab...Krab, Aaahhhh!, Baf!, Krrakkkk, Plop, Oh-la-la, Plof, Jakkes!, Pffew, Einde

Doorvertellen

Duur : 20 min.
Aantal : 6 spelers
Opmerking :

Een kort tekstje met daarin namen en details worden fluisterend - maar wel duidelijk - doorgegeven van speler naar speler. Het korte tekstje moet wel dermate lang zijn dat het vrijwel onmogelijk is om de tekst letterlijk te citeren naar de volgende speler: de speler zal gedwongen zijn om het gehoorde in eigen woorden door te vertellen.

Huifkarren

Duur : 20 min.
Aantal : vanaf 16 spelers
Opmerking :

Twee gelijke groepen. Deze gaan in tegenover elkaar op stoelen zitten en dan gaat de spelleider een verhaal voorlezen over een dagje uit. De deelnemers moeten hier op reageren door te gaan staan op het moment dat ze hun rol horen noemen. Op het moment dat je het woord "huifkar" hoort noemen schuift iedereen een plaats op en gaat de voorste deelnemer snel op de achterste stoel zitten. Rollen Vader, Moeder, Kinderen, Koetsier, Hoorn, Grote koffer, Kleine koffer, Tas met broodjes, Paard, Zweep

Het verhaal

Vader en moeder hadden besloten om een dagje uit te gaan met de kinderen en de huifkar. Vader had de huifkar vroeg besteld en de kinderen stonden al op de uitkijk, en ja hoor, daar kwam hij de hoek van de straat omrijden. Alle kinderen stormden als een wervelstorm naar buiten.

De koetsier blies op zijn hoorn en zwaaide met zijn zweep, zodat ze wisten dat hij reeds in aantocht was. Vader droeg de grote koffer en de kleine koffer op de bok. De kinderen klommen juichend naar binnen en het paard hinnikte van ongeduld. De koetsier zette de grote koffer en de kleine koffer op de bok. Hij klapte met zijn zweep en blies op zijn hoorn, waarna de huifkar zich in beweging zette en het paard trok hem in draf de straat uit.

De grote koffer en de kleine koffer stonden te schudden en toen de huifkar te snel de hoek om ging, vielen de grote en de kleine koffer op de grond. "Ho", riep de koetsier en het paard bleef stokstijf staan. Vader en de koetsier sprongen van de huifkar af en raapten de grote en de kleine koffer op en zette ze weer terug in de huifkar. Met wat touw werden de kleine en de grote koffer nog eens extra door de koetsier vastgebonden. Daarna klom hij weer op de bok en het paard zette zich weer in draf na een klapje met de zweep.

De kinderen begonnen een liedje te zingen en al snel kwamen ze bij de speeltuin. Hier moesten we maar eens stoppen zei moeder, en vader gaf een stopteken aan de koetsier en met een ruk stond de huifkar stil en de kinderen sprongen juichend naar buiten. Met een zwaai tilde de koetsier de grote koffer en de kleine koffer van de bok. De kinderen vlogen de speeltuin in en vader en moeder volgden met de grote koffer en de kleine koffer en met de tas met broodjes.

De hele dag werd er gespeeld in de speeltuin. Ze dronken limonade en aten de broodjes uit de tas allemaal op en 5 uur werd de huifkar weer ingeladen. De koetsier en vader sprongen op de bok. Moeder en de kinderen waren vermoeid. De koetsier blies op zijn hoorn en liet zijn zweep knallen. Het paard hinnikte luid en terwijl vader een lied inzette reed de huifkar onder luid gezang tot voor het huis.

Het was een heerlijk dagje huifkarrijden geweest. Vader en moeder en de kinderen waren blij dat ze weer thuis waren en de koetsier kon nu ook naar huis met zijn paard en zijn huifkar en hij nam zijn zweep en hoorn ook mee. Maar voordat hij naar huis kon gaan moest hij eerst nog even de grote koffer en de kleine koffer van de huifkar afhalen. Hij was overigens wel vergeten zijn eigen tas met broodjes op te eten. En daar reed de koetsier met zijn huifkar de straat uit.

Inspring toneel

Duur : 45 min.
Aantal : 15 spelers
Opmerking :

Er is een verhaal voorbereid zoals het voorbeeld hieronder. Terwijl een van de spelers een alinea voorleest, beelden de anderen wat hij voorleest zo goed mogelijk uit. Na iedere alinea wordt van voorlezer gewisseld. Bij een aarzelend publiek kun je kaartjes uitdelen met 'zon', 'arend' en de andere onderwerpen die uitgebeeld moeten worden. Maar pas op, dit kan ook ten koste gaan van de spontaniteit!

Variatie hierop: Storm op zee

Voorbeeld verhaal

Het is een mooie, donkere morgen in de Rottige Meenthe. De zon komt op als een rode bol. Een eerste havik vliegt voorbij. Een konijntje duikt snel weg. De havik slaat, maar slaat mis.

Kikkers springen over het veld, ze vangen vliegjes met hun lange tong. Oei! Statig stappend komt daar de ooievaar. Z'n ogen priemend naar de grond. Plotseling pikkend naar een dikke kikker. Helaas voor de kikker. Ze spartelt wild om tussen de snavel uit te komen.

De vrijwilligers hooien zich in het zweet in het veld. Pauze!! Lekker lui achterover in het hooi genieten van een bakje thee of koffie.

Het is avond. De vrijwilligers zijn vertrokken, de schemering valt. De eerste vleermuizen fladderen voorbij. Een nachtvlinder strijkt neer op een blad. Het einde van een mooie dag.

Een toepassing

Grote groep kinderen komt in aparte plukjes binnen. Ze moeten bezig worden gehouden totdat alle kinderen er zijn, hetgeen een zo'n 20 minuten kan duren. Twee verhaalvertellers beginnen hun verhaal zodra eerste groepje kinderen binnenkomt: de kinderen krijgen per 2 of 3 kinderen een rol en hen wordt direkt gevraagd hoe ze het gaan uitbeelden. Dus "jullie zijn de schapen. Hoe doen de schapen?". De meeste kinderen maken alleen herrie, sommige kinderen beelden het daarnaast ook uit. De eerste verhaalverteller begint te vertellen waarbij de rollen regelmatig aan bod komen. Zodra er meer kinderen binnen komen, krijgen ook zij direkt een rol toebedeeld met de vraag "hoe doet...". Het verhaal gaat daarop direkt verder, geef geen kans voor verslapping van aandacht - da's ook de reden van twee verhaalvertellers: deze kunnen elkaar ondersteunen in het verhaal en het verzinnen van rollen. Zodra de laatste kinderen binnenkomen ook hen een rol geven, het verhaal nog even verder doorzetten en daarna afsluiten en met de volgende activiteit starten.

Zorg tevoren wel voor een verhaallijn die ergens toe leidt en enkele kwinkslagen.

Praatjesmaker

Duur : 20 min.
Aantal : 10 spelers
Opmerking :

Een speler wordt aangewezen als de praatjesmaker. Hij staat in het midden met een uitgestrekte arm. De rest houdt lichtjes een vinger vast van de praatjesmaker. De praatjesmaker vertelt een verhaal en zodra hij een woord noemt dat begint met een P, rent iedereen weg. De praatjesmaker tikt dan iemand - dit wordt de nieuwe praatjesmaker.

Ratten en raven

Duur : 15 min.
Aantal : 20 spelers
Opmerking :

Verdeel de deelnemers in twee even grote groepen. De ene groep zijn de Ratten, de andere de Raven. Beide groepen gaan op een lijn tegenover elkaar staan. De verteller begin nu een verhaal te vertellen over ratten en raven. Als de verteller het woord Ratten uitspreekt moeten de raven zo snel mogelijk naar hun achterlijn zien te komen terwijl de ratten proberen zoveel mogelijk raven te tikken. Iedere getikte speler hoort nu bij de ratten. Als de verteller Raven zegt worden de rollen omgedraaid.

Storm op zee

Duur : 15 min.
Aantal : 6 spelers
Opmerking :

De spelers zitten op een stoel in een kring, één speler staat in het midden. Iedereen krijgt een functie. Zo is er een kapitein, een papegaai, een machinist, enkele matrozen, een dekzwabber, .... enz. De speler in het midden wordt de verstekeling.

De leiding vertelt een verhaal. Hierin komen de verschillende personages in voor. Voorbeeld: "Op een mooie dag besluit de kapitein (op dit moment staat de kapitein op, draait een rondje om zijn eigen as en gaat weer zitten) de tocht te maken met zijn boot. Met de papegaai (draait) op zijn arm stapt de kapiteit (draait) aan boord. Hier staan de matroos, kok en machinist al op het te wachten (deze draaien). De stuurman (draait) vraagt: Kapitein (draait) weet u wel zeker dat u wil varen. Er is storm op komt..." Op het moment dat "storm op komst" wordt gezegd moeten alle spelers een plaats opschuiven. De verstekeling moet proberen een stoel te bemachtigen. Het kind dat nu overblijft wordt nu de verstekeling. Een variant is dat de spelers naar de overkant van de kring moeten lopen. Nu is er meer kans voor de verstekeling maar ook meer kans op botsingen.

Dit is een variatie op Inspring toneel en Verover de stoel

Tas van Pandorra

Duur : 30 min.
Aantal : 10 spelers
Opmerking :

Spelers pakken om beurten uit de tas van Pandora een magisch object en vervolgen het door de eerste speler gestartte verhaal en verwerken in hun verhaal het gepakte object.

De tas van Pandora - een niet doorzichtige tas, koffer of rugzak - wordt gevuld met allerhande voorwerpen zoals een steen, een tandenborstel, een veer enz. De eerste speler haalt zonder te kijken uit deze tas een voorwerp en begint een verhaal te vertellen waarbij dit voorwerp een belangrijke rol speelt. Zodra de speler klaar is geeft hij de tas door zodat de volgende speler een voorwerp kan kiezen en het verhaal van de eerste speler kan vervolgen. Deze speler zorgt ervoor dat zijn voorwerp een belangrijke rol gaat spelen in zijn verhaal. De gekozen voorwerpen worden niet teruggelegd in de tas.

Variatie hierop: Wat voel ik

Verhalen bingo

Duur : 20 min.
Aantal : vanaf 16 spelers
Opmerking :

Verzin een verhaal waarin bv. de getallen 0-50 voorkomen. Maak bingo kaarten met 24 vakjes. De spelers mogen hier zelf hun getallen invullen tussen 0 en 50. Het verhaal wordt voorgelezen en de luisteraars kruisen de gehoorde nummers af. Bij BINGO controleren... Je kunt hierbij streven naar de eerste BINGO of juiste de laatste: die is dan bv. de pisang voor de afwas. Kopieer voldoende bingokaarten voor de groep; volgens de bijlage. Tip: copieer het verhaal een paar keer voor de bingo-controleurs. Is je verhaal langer, gebruik dan getallen 0-100. Je kunt de bingokaarten dan gewoon op 24 vakjes houden.

Personal tools