Zwervers theekransje
Zwervers theekransje
| Duur | : 20 tot 30 min. |
|---|---|
| Aantal | : 6 spelers |
| Opmerking | : bonte avond |
De spelers zitten bij elkaar, bv. in een kring. In het midden ligt een pakje, wat rare verkleedkleren waaronder een paar schoenen, hele grote handschoenen en een sjaal, en een plastic mes en vork. De spelers gooien om de beurt gooien met de dobbelstenen. Zodra iemand dubbel gooit, dan rent die naar het pakje, trekt de rare kleren aan en begint met mes en vork het pakje uit te pakken. Ondertussen gaan de overige spelers gewoon door met het gooien met de dobbelstenen. Zodra een andere speler ook een dubbel gooit, dan moet de huidige uitpakker onmiddellijk stoppen met waar hij ook mee bezig is en de aangetrokken kleren uittrekken. De nieuwe speler trekt deze kleren aan en vervolgt het uitpakken van het pakje of het opeten van de inhoud. Als het pakje is uitgepakt, mag de speler proberen de chocolade op te eten met mes en vork: kleine hapjes!!!
Variatie 1: gebruik cake of chips
Variatie 2: bij 3 moet de eter ook stoppen met eten, maar er komt dan niemand anders voor hem in de plaats.
Ook bekend als: Oma
De euro (symbool: €; meervoud euro's[1]) is de munteenheid van de Europese Economische en Monetaire Unie. De officiële ISO-code van de munteenheid is EUR.
In 1992 werd in Maastricht besloten tot definitieve invoering van de euro. Hierbij zou de waarde van 1 euro gelijk zijn aan 1 ECU ('European Currency Unit' oftewel 'Europese rekeneenheid').
Sinds 4 januari 1999 worden de koersen van aandelen, obligaties en opties aan de beurs in euro's weergegeven.
De munten en bankbiljetten werden op 1 januari 2002 gelijktijdig ingevoerd in 12 landen van de Europese Unie, alsmede in Monaco, San Marino en Vaticaanstad, tijdens de grootste monetaire omwisselingsoperatie aller tijden. Op 1 januari 2007 is de euro ook in Slovenië het wettig betaalmiddel geworden. Op 1 januari 2008 volgden Cyprus en Malta, en op 1 januari 2009 werd de euro ook de officiële munt in Slowakije. Uiteindelijk zullen bijna alle 27 EU-landen de euro invoeren, echter voorlopig niet Denemarken, Verenigd Koninkrijk en Zweden. Deze drie landen verkiezen vooralsnog hun huidige munteenheid boven de euro.
De naam euro wordt naast de munteenheid ook wel gebruikt voor de bergkangoeroe (Macropus robustus). Verder wordt euro vaak als voorvoegsel bij samenstellingen gebruikt: zie hiervoor euro (samenstellingen). Voor de namen Euros en Eurus zie de doorverwijspagina Euros.
Inhoud [verbergen] 1 Munten 2 Bankbiljetten 3 Eurolanden 4 Symbool 5 Het eurogebied 5.1 De eerste eurolanden 5.2 Overzeese gebiedsdelen 5.3 Latere eurolanden 5.4 Niet officieel 6 Geschiedenis van de euro 6.1 Voorgeschiedenis 6.2 Naamgeving 6.3 Officiële invoering 6.4 Gevolgen voor het internationale geldverkeer 7 Oud geld 7.1 In Nederland 7.2 In België 8 De euro als verzamelobject 9 Wetenswaardig 10 Externe links 11 Bronnen, noten en/of referenties
[bewerken] Munten
Zie euromunten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De euro kent 15 "normale" verschijningsvormen: 8 euromunten en 7 eurobankbiljetten. De munten hebben een Europese zijde, ontworpen door Luc Luycx, van de Koninklijke Munt van België. Het gaat om drie ontwerpen die verschillende kaarten van Europa tonen, met de 12 sterren van de Europese Unie op de achtergrond.
Daarnaast heeft elk euroland de vrijheid eigen symbolen en tekst op de nationale zijde van de euromunten te plaatsen. Maar alle varianten, met uitzondering van bepaalde gedenkmunten, zijn in alle deelnemende landen te gebruiken. De nationale zijde diende om de overgang naar de euro voor de Europese burgers in emotioneel opzicht iets te vergemakkelijken.
Finland heeft vanaf het begin besloten de munten van 1 en 2 cent niet in het betalingsverkeer te gebruiken. Geproduceerd zijn ze echter wel. In Nederland is het gebruik van de munten van 1 en 2 cent, door het sinds 2004 toestaan van het afronden op 5 cent, sterk verminderd. In de meeste winkels worden bedragen sindsdien weer afgerond.
Sinds 2004 staat het de landen met de euro vrij om per jaar één € 2-munt met een speciaal motief op de nationale zijde uit te brengen, mits de oplage beperkt blijft. Zie € 2-commemoratieven.
De Luxemburgse euromunten van 2002, 2003 en 2004 dragen het muntmeesterteken van de muntmeester van de Koninklijke Nederlandse Munt, de munten van 2005 en 2006 dragen het muntmeesterteken van de muntmeester van de Munt van Finland en de munten van 2007 dragen het muntmeesterteken van de muntmeester van Frankrijk. Dit komt doordat Luxemburg in die jaren zijn euromunten in respectievelijk Nederland, Finland en Frankrijk heeft laten slaan. Ook Griekenland heeft in het verleden bepaalde euromunten in andere landen laten slaan. Slovenië heeft de totale muntslag van euromunten uitbesteed aan de Finse munt. Cyprus heeft de totale muntslag van euromunten uitbesteed aan de Finse munt. Malta heeft de totale muntslag van euromunten uitbesteed aan de Franse munt (Monnaie de Paris). [bewerken] Bankbiljetten
Zie eurobankbiljetten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Op de achterzijde van elk biljet staat een serienummer, bestaande uit een letter gevolgd door elf cijfers. Aan de letter is te zien uit welk land het betreffende biljet komt. Portugal besloot geen biljetten van € 200 en 500 in omloop te brengen en Ierland geen biljetten van € 200, terwijl Luxemburg wel bankbiljetten heeft laten drukken, maar zijn toegewezen letter niet gebruikt. Sinds de fysieke invoering van de euro (2002) neemt elke nationale centrale bank (NCB) de productie van één of twee specifieke biljetten voor zijn rekening. Dit schema houdt in dat de NCB's onderling bankbiljetten moeten uitwisselen. Zo bestaan er voor Slovenië alleen nog maar biljetten van € 20, alle andere waarden zijn geïmporteerd.
Z België Y Griekenland X Duitsland V Spanje U Frankrijk T Ierland S Italië R Luxemburg ¹ P Nederland N Oostenrijk M Portugal L Finland H Slovenië G Cyprus ¹ F Malta ¹ E Slowakije ¹ J Groot-Brittannië ² K Zweden ² W Denemarken ²
¹ De eurobankbiljetten die in omloop worden gebracht door de Centrale Banken van Luxemburg, Cyprus en Malta dragen de codeletter van de nationale bank van het land waaruit de biljetten betrokken zijn.
² Een drietal andere letters is alvast gereserveerd voor mogelijk toekomstige eurolanden.
Op de voorzijde van de eurobiljetten staat een code. Deze geeft aan in welke drukkerij het betreffende eurobiljet is gedrukt:
D Vantaa (bij Helsinki) Finland E Chantepie (bij Rennes) Frankrijk F Wenen Oostenrijk G Haarlem (Joh. Enschedé) Nederland H Gateshead (bij Newcastle) Verenigd Koninkrijk J Rome Italië K Dublin Ierland L Chamalières (bij Clermont-Ferrand) Frankrijk M Madrid Spanje N Athene Griekenland P München en Leipzig Duitsland R Berlijn Duitsland T Brussel België U Carregado (bij Lissabon) Portugal
De overige letters zijn gereserveerd voor toetreding van andere EU-lidstaten tot de eurozone.
Er zijn zeven biljetten en acht euromunten waarmee men in alle eurolanden kan betalen. De echtheidskenmerken zijn ook overal hetzelfde. In tegenstelling tot de euromunten tonen de eurobiljetten geen verschillen per land. De eurobiljetten verschillen per denominatie van kleur en formaat.
Waarde Kleur Lengte (mm) Breedte (mm) Voorzijde Achterzijde € 5 grijs 120 62 € 10 rood 127 67 € 20 blauw 133 72 € 50 oranje 140 77 € 100 groen 147 82 € 200 geel 153 82 € 500 paars 160 82
[bewerken] Eurolanden Eurolanden Jaar van overschakeling Oude munteenheid Wisselkoers van euro
België 1999 (2002 fysieke invoering) Belgische frank BEF 40,3399 Duitsland Duitse mark DEM 1,95583 Finland Finse markka FIM 5,94573 Frankrijk Franse frank FRF 6,55957 Ierland Ierse pond IEP 0,787564 Italië Italiaanse lire ITL 1936,27 Luxemburg Luxemburgse frank LUF 40,3399 Nederland Nederlandse gulden NLG 2,20371 Oostenrijk Oostenrijkse schilling ATS 13,7603 Portugal Portugese escudo PTE 200,482 Spanje Spaanse peseta ESP 166,386 Griekenland 2001 (2002 fysieke invoering) Griekse drachme GRD 340,750 Slovenië 2007 Sloveense tolar SIT 239,640 Cyprus 2008 Cypriotisch pond CYP 0,585274 Malta Maltese lire MTL 0,429300 Slowakije 2009 Slowaakse kroon SKK 30,1260
[bewerken] Symbool
Zie euroteken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het valutateken voor de euro (€) werd gepresenteerd door de Europese Commissie op 12 december 1996. Het is geïnspireerd op de Griekse letter epsilon en verwijst naar de eerste letter van het woord Europa.
PC (Windows of GNU/Linux): Het euroteken is op te roepen met Ctrl-Alt-4, Ctrl-Alt-5, Ctrl-Alt-E, AltGr-4, AltGr-5 of AltGr-E, afhankelijk van de toetsenbordindeling. Soms kan er ook Alt- 0128 (cijfertoetsen op het numeriek klavier) gebruikt worden op toetsenborden zonder aparte toetsencombinatie voor het euroteken. In Microsoft Office met de standaardregels voor AutoCorrectie is (e) typen voldoende. Sommige laptops hebben op het toetsenbord het €-symbool tussen de pijltjes, de shift en de rechter CTRL staan Mac (Mac OS X): Op een Macintosh-computer (met Mac OS X) met een Nederlands of Engels toetsenbord (QWERTY) gebruikt u de combinatie Option-2 (=Alt-2). Een andere optie is Alt- 0125 (cijfertoetsen op het numeriek klavier). Bij de nieuwe Nederlandse en Engelse Apple-toetsenborden hoeft u alleen op Shift en op het euroteken te drukken (naast backspace). Bij Belgische of Franse toetsenborden (AZERTY) kunt u het euroteken (naast return-toets) gebruiken met Option. [bewerken] Het eurogebied
Zie eurozone voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
[bewerken] De eerste eurolanden
AndorraBulgarijeTsjechiëDenemarkenE U R O Z O N EEstlandHongarijeKosovoLetlandLitouwenMonacoMont.PolenRoemeniëSan MarinoZwedenVerenigd
KoninkrijkVaticaanstad██ EU Eurozone
██ ERM II
██ Gebruikt Euro zonder overeenkomst
██ Mogelijk toekomstig lid
██ Niet-EU lidstaat
De 12 EU-lidstaten die op 1 januari 2002 de euro als wettig betaalmiddel hebben ingevoerd, zijn: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje.
In Nederland werd in een campagne van het Nationaal Forum voor de introductie van de euro het acroniem Ding Flof Bips (de beginletters van de 12 eerste eurolanden) gebruikt.
Samen met deze 12 EU-lidstaten zijn ook de staatjes Monaco, San Marino en Vaticaanstad, die een monetaire overeenkomst met respectievelijk Frankrijk en Italië hadden, op de euro overgegaan. Ook deze drie landen mogen een eigen nationale zijde in omloop brengen. Andorra, dat tot 2002 de Franse frank en Spaanse peseta als betaalmiddelen accepteerde en Montenegro en Kosovo, die de Duitse mark als feitelijk betaalmiddel hanteerden, hebben, hoewel ze geen lid van de EU zijn, noch enig zicht op lidmaatschap hebben, in 2002 de euro als feitelijk betaalmiddel ingevoerd.
[bewerken] Overzeese gebiedsdelen De euro is ook ingevoerd in de Franse overzeese departementen Guadeloupe, Martinique, Saint Martin, Frans-Guyana en Réunion en op de Franse eilanden Mayotte, Saint-Pierre en Miquelon; op de Azoren en Madeira (Portugese regio's) en op de Canarische eilanden en in de in Afrika gelegen Spaanse exclaves Ceuta en Melilla (Spaanse regio).
Aruba en de Nederlandse Antillen hebben hun eigen munteenheden gehouden: de Arubaanse florin en de Antilliaanse gulden (deze munten waren niet gekoppeld aan de Nederlandse gulden, maar aan de Amerikaanse dollar; dat is dus zo gebleven).
[bewerken] Latere eurolanden Op 1 mei 2004 traden 10 nieuwe landen tot de EU toe. In 2007 kwamen daar Bulgarije en Roemenië nog bij. Ook de nieuwe lidstaten zullen, zodra ze aan de monetaire eisen kunnen voldoen, overgaan op de euro. Van de nieuwe lidstaten is Slovenië in 2007 als eerste tot de eurozone toegetreden, Cyprus en Malta zijn op 1 januari 2008 gevolgd. Slowakije trad toe op 1 januari 2009.[2] De streefdata voor toetreding van de andere lidstaten zijn:
1 januari 2011: Estland [3] 1 januari 2013: Litouwen 1 januari 2014: Letland, Hongarije [4] 1 januari 2015: Polen, Tsjechië Alle 27 EU-lidstaten zijn verplicht de euro in te voeren, met uitzondering van Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk heeft zich de optie voorbehouden buiten de eurozone te blijven. In Denemarken ging de invoering van de euro indertijd op het laatste moment, ten gevolge van een referendum, niet door.
Zweden heeft weliswaar de verplichting over te gaan op de euro, maar weet dit moment nog steeds uit te stellen door (moedwillig) niet toe te treden tot het Exchange Rate Mechanism II (ERM II).
In IJsland, dat geen EU-lid is, gaan inmiddels stemmen op om de euro in te voeren. Reden is dat de IJslandse kroon te kwetsbaar is zonder aansluiting bij een muntunie.
Bulgarije wou eerst toetreden in 2013, maar ziet daar nu zelf van af, omdat het z'n begroting niet onder controle krijgt.[5]
[bewerken] Niet officieel Enkele andere Europese landen en gebieden die geen lid zijn van de Europese Unie, maken toch gebruik van de euro als wettig betaalmiddel. Andorra maakte tot 2002 gebruik van de Spaanse peseta en de Franse Frank, om die in 2002 door de euro te vervangen. De Europese Unie heeft met Andorra, anders dan met Monaco, San Marino en het Vaticaan, geen speciale overeenkomst, waardoor Andorra geen eigen euromunten mag slaan. Ook in Montenegro kent men de euro sinds 2002 als wettig betaalmiddel. Daarvoor betaalde men er, bij gebrek aan een eigen valuta, met de Duitse mark. Met de mogelijke toetreding van Montenegro tot de Europese Unie (beoogd in 2015) staat de ECB dit oogluikend toe. Sinds het uitbreken van de Kosovo-crisis werd ook in Kosovo met de Duitse mark betaald, die sinds 2002 door de euro is vervangen.
Naast de eigen nationale valuta is de euro ook als betaalmiddel te gebruiken in Bosnië-Herzegovina, Turkije, Turkse Republiek Noord-Cyprus, Zwitserland en Zimbabwe (voerde de euro samen met een paar andere munteenheden in omdat hun eigen munt sterk is gedaald door de economische crisis). Hoewel deze landen geen lid zijn van de Europese Unie wordt de munt toch in veel winkels geaccepteerd. Ook in Noord-Ierland, en bij een aantal toeristische trekpleisters in Engeland en Wales is dit het geval. In Kroatië wordt in de meeste winkels de euro ook geaccepteerd.
[bewerken] Geschiedenis van de euro [bewerken] Voorgeschiedenis
Ceremoniële munt uitgegeven in 1998 om een mogelijk ontwerp te laten zienDe lidstaten van de Europese Unie hebben besloten tot de vorming van een Economische en Monetaire Unie. In het Verdrag van Maastricht (Verdrag betreffende de Europese Unie) van 1992 werd besloten tot de invoering van de euro. Hiermee kwam de EMU op gang, echter niet alle EU-landen doen mee aan de EMU.

